Je eigen boontjes doppen

Er zijn van die voor de hand liggende dingen die er op één of andere manier nooit van gekomen zijn en die je ver van huis, op een zeer ongebruikelijke plek, ineens ter hand neemt.  Mijn eigen boontjes doppen is zoiets. Nooit eerder heb ik zelf mijn boontjes gedopt. Waarom eigenlijk niet? De eerste verklaring die bij me opkomt is omdat ik vroeger niet van boontjes hield. Wel van sperzieboontjes en snijboontjes zijn zelfs mij lievelingsgroente. Maar die dop je niet. Een andere reden is dat ik, als werkende moeder, het doppen te bewerkelijke vind. Maar nu ik er wat langer over nadenk vermoed ik dat het vooral de schuld is van de firma Hak en consorten. Die met hun ‘gemaksgroente’ in blik, pot of uit het vriesvak, de ongedopte boon uit het zicht heeft laten verdwijnen.

Onschuldige oogopslag

Het mooie is van deze dag is dat ik nu eindelijk wel mijn eigen boontjes heb leren doppen. Dankzij een vriendelijke jongen van een jaar of 15. Hij stond te midden van wat oudere, smoezelige, mannen achter een bescheiden groentekraampje op de souk van Risanni, zuid Marokko. Hij viel meteen op door zijn open gezicht en onschuldige oogopslag. Een combinatie die altijd al een grote aantrekkingskracht op me heeft gehad. Ik loop direct op zijn stalletje. Enigszins geschrokken door mijn direct benadering slaat de jongen zijn ogen verlegen neer. Maar met een vrolijk ‘bonjour’ van mijn kant weet ik zijn blik weer te vangen.

Opgerolde foetus
Ik laat mijn ogen glijden over de onbewerkte en ongewassen groente. Grote aardappelen met dikke klonten rode aarde en paprika’s in de meest bizarre vormen. Op zoek naar de mooiste exemplaren schiet de jongen me te hulp en vist er meest volle, ronde vormen uit. Ikzelf pak de meest gekrulde paprika en houd hem die voor. ‘Ils sont tres special’, zeg ik terwijl ik naar de paprika kijk die me aan een opgerolde foetus doet denken. De jongen lacht verlegen.

Oude Bonen
Dan zie ik de sperzieboontjes. Heerlijk vol en stevig. De jongen wijst echter naar de mand ernaast. Met dikke, korte, ietwat gevlekte bonen, lang niet zo knapperig en fris als de sperzieboontjes. Ik kijk hem verbaasd aan en pak, niet van mijn stuk te brengen, een hand vol stevige sperziebonen. Weer tikt hij op de mand ernaast. Ik kijk in zijn lieve zachte gezicht. Hij lacht me bemoedigend toe. Ik twijfel, wil me nou oude bonen verkopen? Onverschrokken stort ik me op de bloemkolen. De jongen geeft echter niet op en wijst nogmaals op die andere mand met bonen. Ik kijk hem vragend aan, heb geen idee wat hij wil. Dan pakt hij er één uit de mand en maakt hem open. ‘Doperwten’ roep ik, ‘het zijn doperwten’. Hij knikt, ik knik, en samen vullen we, breed lachend,  het zakje met de grote dikke bonen vol doperwten.

2 antwoorden
  1. Pé
    zegt:

    Eigenlijk zou Paula hier op moeten reageren; zij dopt al jaren haar eigen boontjes. Letterlijk eigen, want ze teelt ze zelf op de volkstuin. Ook een mooi woord trouwens, volkstuin. Daar kan ik dan een hele tijd over nadenken zomaar… Maar over die boontjes, in alle soorten en maten groeit ze. Van Peultjes tot Krombekken en van Tuinbonen (mijn lievelings..) tot Raasdonders (Grauwe Erwten). Omdat ik ze allemaal mag opeten weet ik er ook t een en ander van. Zodoende.

    Beantwoorden
    • Rita Brakel
      Rita Brakel zegt:

      Hi Pé, wat ben je toch een bofkont dat je van al die heerlijkheden in het leven mag proeven! Bovenal dat Paula haar eigen je boontjes voor jou dopt!

      Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *