Navigateuse log 18-01-2016 Tarhbalt

De Kapitein heeft vannacht onrustig geslapen. Hij doet het dus een dagje kalm aan. Start jij de wagen maar bromde hij. Ongelovig kijk ik hem aan. ‘Vandaag krijg je les in het starten,’ is het duidelijke antwoord.

Biek

Opgetogen nestel ik me op de chauffeursstoel. ‘Eerst contact maken, dan alle meters nakijken, starten en rustig lucht opbouwen’. Ik volg alle aanwijzingen nauwkeurig op. ‘Dan maak je een rondje om de wagen. Je haalt steentjes uit het profiel van de banden, kijkt of er niets gelekt heeft en ruimt de afvalemmers op.’ Leergierig zuig ik alle informatie op.  Dan doe ik nog even vlug het afwasje van de ochtend, zet alles in de salon vast en spring terug achter het stuur.

Bijles

Geduldig zie ik via de spiegels hoe de kapitein de salondeur afsluit en naast me komt zitten. Ik krijg  de instructie om te gaan rijden,  schakel naar zijn 2, dan naar de 4, een scherpe bocht de steengroeve uit en hup door naar de hoge giering. Het gaat fantastisch! We rijden weg van de groeve terug naar de durt road waar we gisteren al uren op gereden hebben. Er zijn geen tegenliggers, noch is er achteropkomend verkeer. De ideale omstandigheden voor een leerling vrachtwagenchauffeur. Ik schakel naar de hogere versnellingen en weer terug. Vrolijk lachend pak de eerste kleine heuveltjes. Het voelt steeds beter. Ik kijk goed in de spiegels en na een dik half uur gaat de dirt road weer over in een normale asfalt weg.  En juist op dat moment krijg ik te maken met twee tegenliggers, precies in de bocht waar het grint overgaat in asfalt. Ik schakel, draai de weg op en kom netjes op de rechter weghelft. Met de complimenten van de kapitein.

Chauffeursbestaan

Zo rijd ik de rest van de dag door de droge steenwoestenij van midden Marokko. Bij de grotere plaatsen neemt de kapitein het even over. Voor je het weet zit je in smalle straatjes en krioelt het om de wagen van de fietsers, ezelkarren en school verlatende kinderen. Daar is het nog te vroeg voor. Bovendien zijn er aan het begin van grote plaatsen vaak raodblocks van de politie. Die hebben we tot nu toe altijd vriendelijk zwaaiend gepasseerd maar je zal net zien dat, als ik achter het stuur zit, ze naar de papieren gaan vragen. Dat zou dan wel eens een vroegtijdig einde van mijn chauffeursbestaan kunnen beteken dus ik stop netjes om van stoel te wisselen. Als we de bebouwde kom weer achter ons hebben kijk ik de kapitein lief aan en stopt hij voor een wissel. Deze stoelendans herhaalt zich zo’n 5 keer.

Complimenten

Ik voel me steeds vertrouwder met de grote wagen en geniet volop. Had ik de eerste keer nog alle aandacht nodig om mijn positie op de weg te bepalen, inmiddels schakel ik makkelijk van de lage giering naar de hoge en verder omhoog of weer omlaag. Ook krijg ik steeds meer grip op de spiegels. Een enkele keer wordt ik verrast door een auto me inhaalt maar meestal zie ik ze al van ver aankomen en volg de hele inhaal manoeuvre via mijn spiegels.  Aan het eind van de dag neem ik mijn eerste heuvels met onoverzichtelijk bochten en flinke hoogte verschillen. Af en toe geeft de kapitein nog wat verstandige aanwijzingen zoals: ‘Jij bent de vrachtwagen, de gewone auto’s wijken wel uit’,  of ‘Terug naar z’n 7 en snelheid maken’.  Maar steeds vaker hoor ik een compliment.

boven op de berg

Rond een uur of 4, en ruim 100 km verder, maken we de laatste wissel. De kapitein zit achter het stuur en we zoeken een geschikte plek om ons kamp op te maken. Dan zien we rechts een steile zandweg naar de top van een heuvel. Zo te zien een mooie lokatie voor de nacht. De kapitein kijkt me vrolijk aan ‘wil jij deze doen?’, vraagt hij half plagend. Ik bedank vriendelijk. Baas boven baas.

 

5 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *